Klontje voor het peerd

Een jaar of 3 was ik. Als klein mannetje speelde ik graag in het kleine Groningse dorpje waar ik geboren ben. Na het buitenspelen riep mijn moeder mij en zei: “Rien, je mag nu niet meer bij de buren om snoepjes vragen.” Als een echte peuter eindigde dit duidelijke gesprek waarschijnlijk in een korte en hevige driftbui. Maar de doorzetter in mij liet zich er niet door uit het veld slaan.

De volgende dag gingen mijn oudere broer en zus naar school, mijn vader was aan het werk en mijn moeder was waarschijnlijk druk in het huishouden. Voor mij dus tijd om mijn regenlaarsjes aan te trekken en zachtjes via de achterdeur naar buiten te gaan. Met de woorden van mijn moeder in mijn achterhoofd, verliet ik de tuin. De buurt in.

Door de voortuin van de buren stapte ik zelfverzekerd naar de voordeur. Op mijn teentjes strekte ik mijn arm uit en reikte naar de bel. Net kon ik erbij. De buurvrouw deed open en keek in mijn donkerbruine vragende ogen. “Goedemorgen Rien, wat kan ik voor je doen?” vroeg ze met een lieve stem. Ik dacht nog één keer aan de woorden van mijn moeder, opende toen mijn mond en vroeg: “Heeft u misschien een klontje voor het peerd?”

Het doorzettingsvermogen dat ik had als peuter, heb ik nog steeds. Ik hou ervan als mensen mij grenzen geven, dat dwingt tot anders denken en zorgt dus voor creatieve oplossingen. Daarbij houd ik steeds het doel voor ogen. Deed ik dat vroeger voor een sugar rush voor mezelf, tegenwoordig zet ik dit in voor mijn opdrachtgevers. Geef me een opdracht, deel de (on)mogelijkheden en ik vind een weg die jou dichter bij je doel brengt.